De Gesluierde Monologen van Adelheid Roosen
Flair

In 2001 speelde actrice en theatermaakster Adelheid Roosen mee met de Vagina Monologen en zag in dat concept de mogelijkheid met islamitische vrouwen in contact te komen. Ze interviewde vele moslima’s en bewerkte hun verhalen tot twaalf indringende en intieme monologen. Vorig jaar zorgde dat voor uitverkochte zalen en daarom gaan de Gesluierde Monologen op herhaling. Adelheid: “We kunnen nog heel wat van deze vrouwen leren.”


  


Jaren geleden liet Adelheid Roosen (46) tijdens een van haar reizen in Indonesië bij iemand thuis haar benen harsen. Ze vond het een happening. En ze dacht: Roosen, weet je wat jij doet? Jij gaat je haren tot op de grond laten groeien en laat voortaan in elk land waar je komt je benen harsen. En dan niet in een of ander chique hotel, nee, gewoon op de markt. Tussen de vrouwen. Adelheid: “Iedere vrouw haalt de haren van haar benen. In elk land waar ik me heb laten harsen, heb ik niks of niemand verstaan, maar ik heb daar uren gezeten. En je wordt meteen opgenomen, want ze zitten aan je en willen ook je oksels doen en als je dan gebaart dat je dat pijn vindt doen en dat je het daar scheert, bulderen ze van het lachen, want scheren dat is voor mannen. Ook al kun je geen woord spreken, je bent meteen thuis.”


Dat is wat Adelheid doet: zoeken naar de overeenkomsten. Tijdens haar reizen (“Zelfs toen ik de eerste avond in een restaurantje in Japan zat en om me heen keek, dacht ik: He man, I’m at home, I’m fucking at home!”), met haar documentaire over Afrikaanse vrouwen, alweer tien jaar geleden, en ze doet het nu met haar bestudering van islamitische vrouwen. Voor haar monologen interviewde Adelheid tientallen moslima’s en sprak urenlang over emancipatie, onderdrukking, seksualiteit en hun lichaam. “Tijdens die gesprekken hoorde ik culturele verschillen, maar ik kon mij aan iedereen direct spiegelen. De kwetsuur is hetzelfde, de pijn is hetzelfde, de onderdrukking is hetzelfde, het vastgebonden zijn, letterlijk, maar ook in je denken en voelen. Niet expressie kunnen geven aan je eigen natuur is wereldwijd hetzelfde. Toen ik ermee bezig was, zei ik tegen mijn moeder: ‘Mam, wat is in godsnaam het verschil tussen die vrouwen in zwarte doeken die jij op de markt tegenkomt en er eng uit vindt zien en de vrouwen, nonnen, in zwarte doeken waar jij mij vroeger aan uitleverde? Het enige verschil is dat jij met dat beeld van die nonnen bent opgegroeid, waardoor het je geen angst aanjaagt.’” Opeens fel: “Ik heb jarenlang op de nonnenschool gezeten waar ik regelmatig werd afgeranseld en opgesloten. En waarom? Omdat ik ongedurig was, nieuwsgierig. Hoe die nonnen mij hebben behandeld, had haar wel wat meer angst mógen aanjagen.” Weer rustig: “Waar het mij om gaat, is dat je verder moet kijken. Als je schrikt van het eerste beeld omdat je het niet kent en het vervolgens wegduwt, kom je er nooit achter dat die vrouw die daarin zit exact hetzelfde is als jij. Daar zitten geen verschillen, behalve culturele gewoontes.”


 


Opeenstapeling van geweld


De verhalen van de moslimvrouwen waren allemaal even indrukwekkend, maar één verhaal heeft haar vooral aangegrepen, omdat de opeenstapeling van geweld zo langdurig was. Het was het verhaal van een jonge, islamitische vrouw die hier in Nederland is opgegroeid, op de mavo zat en toekomstdromen had, net als ieder jong meisje die heeft. Het liep allemaal anders. “Op een bepaald moment kreeg ze van haar ouders te horen dat ze was uitgehuwelijkt. Ze wilde niet, is gevlucht naar een opvanghuis waar ze vervolgens haar vader hebben gebeld, die zei: ‘Ik beloof dat ze niet hoeft te trouwen als ze vanavond thuiskomt.’ Ze waren zo naïef hem te geloven. Thuis is ze helemaal in elkaar geslagen, alsnog uitgehuwelijkt en verkracht. Vervolgens heeft ze jarenlang gevangen gezeten in dat huis bij die man. Ze moest drie maal per dag maaltijden bereiden voor hem en zijn familie, en dan niet zoals wij met al onze apparatuur, nee, alles op de hand, net als de was. Ze had niks, was totaal afgesloten van de buitenwereld. En dat gebeurt gewoon in Nederland, het had zo je buurvrouw kunnen zijn, zo dicht zit het op je huid! Uiteindelijk is die vrouw met haar kinderen naar een Blijf-van-m’n-lijf-huis gevlucht en zo heeft ze kunnen ontsnappen. En die heeft weer een heel nieuw leven opgebouwd.”


Adelheid schiet vol bij de herinnering. “Ik was zo aangedaan en zo geroerd hoe zij in haar wezen die kracht heeft kunnen vinden om dat gevecht te blijven leveren. Zo’n omgeving maakt alles aan iemand kapot, elke sprank hoop wordt weggeslagen, dat je denkt: geef me dan in ieder geval nog pen en papier zodat ik iets in beweging kan houden. Dat die vrouw niet helemaal is verstart en afgestorven... Ze had trouwens al eerder een vluchtpoging gedaan, maar die is mislukt. Ze was naar haar ouders gevlucht, die haar onmiddellijk weer aan haar schoonouders hebben uitgeleverd. Ja, dat is onbegrijpelijk, net als eerwraak. Voor ons is dat niet te bevatten. En toch probeer ik dat wel, daarom heb ik ook die voorstelling gemaakt. Ik wil ze begrijpen, omdat ik een zuiver debat wil voeren. Ik wil zoeken naar de overeenkomsten, want natuurlijk zijn die er. Het zou toch echt van een wezenloze schoonheid zijn als we elkaar daarin zien te begrijpen en elkaar niet alleen maar bestoken of bevechten of stigmatiseren.”


Om de ander te kunnen begrijpen, moet je zijn sociale context bestuderen, denkt Adelheid. “Wij zijn door onze democratisering en emancipatie al een stuk verder in het bewustzijn van onze individualiteit. Een ik, die doet en handelt en mag voelen wat hij zelf wil. Als je opgroeit in een sociale structuur waarin de gemeenschap echt van elkaar afhankelijk is, dan zit dat voor eeuwen in de genen. De rolverdeling van de man, de vrouw, de kinderen en de grootouders is een fragiele balans in een sociale structuur die gaat om overleving. Als jij mijn mes en mijn kan met water steelt, pak ik gewoon een nieuwe van de plank. Doe je dat bij iemand die door de Sahara reist, dan is dat funest voor de hele familie. Als je die structuur begrijpt en meeneemt in je oordeel, kun je een veel beter contact krijgen.”


 


Mooie kant van de islam


Adelheid is het faliekant oneens met sommige gewoonten binnen de islam, zoals de mannelijke dominantie, het geweld tegen vrouwen vooral binnenshuis, de eerwraak en de eis dat vrouwen tot aan het huwelijk maagd blijven. Maar er is ook een andere kant: een van een wonderlijke schoonheid. Zo kunnen mannen en vrouwen in de islamitische wereld nog van elkaar verschillen. “De islamitische vrouwen zeiden dat wij het verleerd hadden vrouw te zijn, we zouden zelfs te ver zijn doorgeëmancipeerd. ‘Jullie zijn geëmancipeerd onder mannelijke condities,’ zeiden ze. Pas geleden las ik een interview met minister Bot van buitenlandse zaken. Het ging over het glazen plafond en hij zei iets in de trant van: vrouwen zouden wat minder vriendelijk moeten zijn. Hoezo moeten wij minder vriendelijk zijn? Als vrouwen op een bepaalde manier doen, dan is dat hun aard, dan is dat de manier waarop zij de dingen bestieren en hoe ze mensen benaderen. Je moet mij niet afnemen dat ik het vriendelijk wil doen. Vrouwen zouden het op hun eigen manier moeten kunnen doen, want dat is waar hun kracht ligt.”


Opeens slaat ze haar hand enthousiast met een harde klap op de tafel. “Gisteren!” roept ze uit. “Gisteren las ik een artikel over architectuur en daar stond een prachtige parallel in. Naar aanleiding van de Twin Towers en de cafébrand in Volendam zijn architecten er nu voor om bij branduitgangen niet de mensen het ontwerp van de architect te laten volgen om in veiligheid te komen, maar het gebouw en de nooduitgangen zo te ontwerpen dat de mens zijn natuur kan volgen als hij in paniek is. Mensen willen geen trap naar beneden, als ze niet weten waar die op uitkomt. Misschien staan ze wel voor een dichte deur. Dit lijkt enorm simpel, maar het is een gedachtegang waar we jaren niet op zijn gekomen. Met die bedrijfscultuur is het net zo: er wordt niet onze aard gevolgd. Je moet niet zeggen: vrouwen zijn te vriendelijk, of ze willen teveel op hun kinderen letten, of ze willen ook nog met het huishouden bezig zijn. Dat is wat vrouwen doen! Je moet kijken naar het wezen van de vrouw en daarop moet je ons deel van de economie ontwerpen. Je moet ons niet via de nooduitgangen naar buiten sturen als er brand is, je moet in een keer die voorgevel omhoogtrekken, zodat we met z’n allen door kunnen rennen.”


Nog iets. Een confrontatie waar ze zelf lang bij stil heeft gestaan. “Die islamitische vrouwen zeiden: ‘Wij leveren onze kinderen uit aan de uithuwelijking, jullie leveren ze uit aan de pil.’ Dit is misschien moeilijk, zeker na het voorbeeld over uithuwelijking dat ik net heb genoemd. Wat ze bedoelen, kort gezegd, is dat onze beeldcultuur, waarin seksualiteit aan de orde van de dag is, ervoor zorgt dat onze kinderen opgroeien met het idee dat het normaal is met jan en alleman het bed in te stappen - de pil maakt die stap makkelijker. Het lijkt allemaal vrijheid, die pornografische beelden op tv en op abri’s, maar het stompt je ook enorm af. Seksualiteit komt zo hard op ons af, dat je je als zestienjarige bijna zou moeten generen als je daar de normale, verlegen schroom bij voelt. Je hoort er niet bij als je er niet aan meedoet. Die islamitische vrouwen vinden het raar dat wij die beeldcultuur niet bevechten, dat wij onze kinderen daaraan blootstellen.”


Het zijn twee extremen en natuurlijk praat ze die uithuwelijking niet goed, maar dat betekent niet dat je de hand niet in eigen boezem hoeft te steken. “Er is een soort zorg weg; wennen aan seksualiteit verloopt niet meer gefaseerd. Kinderen krijgen een vrijheid toebedeeld, waarvan je je af kunt vragen of die wel goed is. Maar dat is het complexe van de democratie: je mag nooit iets begrenzen, want als je dat doet, roept iedereen: ‘Dat maak ik zelf wel uit’. Terwijl ik onder zorg versta dat je iemand begeleidt. Ik vind het zelf ook nog steeds heel lekker om dingen waar ik over twijfel neer te leggen bij mensen en te vragen: ‘Wat is wijsheid om te doen?’ Daar heb ik veel meer aan dan iemand die zegt: ‘Je moet gewoon roepen wat je wil’, want met gewoon roepen, kun je heel veel beschadigen. Zo zien die vrouwen het ook: onze beeldcultuur beschadigt de jeugd en ze weten niet hoe ze hun kind daartegen moeten beschermen.”


“We zouden meer naar elkaars verhalen moeten luisteren,” concludeert Adelheid. “Van de rouw, van het feest, van ik heb dit meegemaakt, hoe zat dat bij jou, dit wil ik graag aan jou geven, mag ik dat van jou? Alles, tot aan: hoe onthaar jij je benen? In deze samenleving verwarren we tolerantie met onverschilligheid. Wij denken: van mij mogen ze hier zijn, als ik maar geen last van ze heb en dan voelen we ons al heel tolerant. Nou, het is onverschilligheid in z’n ergste soort. Verdiep je gewoon eens in een ander mens. Dat is niet eng, dat is verrijkend. Andere mensen hebben andere gewoontes. En daar zitten hele mooie tussen.”


 


Adelheid over haar kracht en positie als sterke vrouw:


“Ik denk dat je je heel lang niet bewust bent van wat je wel of niet bent, je bent gewoon. Maar door de reacties die je oproept, krijg je wel een beeld van wat anderen van jou vinden. Ik ben vroeger vooral heel lastig gevonden. Als kind riep ik dingen als: ‘Ik ben een zigeunerkind’ of ‘Ik ben half-Italiaans’, alles om maar een verklaring te vinden voor mijn temperament. De eerste keer dat ik met mijn ouders naar Italië ging, had ik ook meteen een gevoel van thuiskomen. Die uitbundigheid, dat schreeuwen en die armen in de lucht, dat was ik! Met de komst van de multiculturele samenleving kom ik steeds meer thuis in eigen land.”


 


Adelheid over moed:


“Na afloop van mijn voorstellingen komen vrouwen vaak naar me toe om me te vertellen dat ze me zo moedig vinden. Oké, ik heb zelf nooit zo dat gevoel gehad, maar ik ontvang dat. Eigenlijk ben ik altijd een heel paniekerig kind geweest, dus soms denk ik wel eens: zou er tussen die twee extremen een verbinding zitten, net als de dag en de nacht? Ik denk dat ik kwader ben dan bang en ik kan die woede pakken om die angst te bestrijden. Zo van (met opgeheven vuist): ‘Ik heb geen zin om bang te zijn, ik doe het niet!’ Waar ik bang voor ben? Voor verraad, voor hard aangevallen te worden, voor gestigmatiseerd te worden, voor niet begrepen te zijn. Ja, dat heeft waarschijnlijk wel met vroeger te maken.”


 


Adelheid over het onbestemde in het leven:


Ik vraag me wel eens af waarom mensen zo’n behoefte hebben aan zekerheid. Waarom sluiten mensen zo gauw een compromis, waarom is het onbestemde van het leven niet een veel grotere uitdaging dan het vertrouwde? Voor mij zit er structuur in de chaos. Ik voel me veilig bij niet weten wat er komen gaat. Uit die totale overlevering aan het leven, put ik een enorme vitaliteit en creativiteit. In veiligheid zit dat je niet aangeraakt wordt, terwijl aangeraakt worden, zowel letterlijk als figuurlijk, zo ontzettend prettig is.”


 


Adelheid over haar relatie:


“Ik heb nu vier jaar een relatie met regisseur en toneelspeler Titus Muizelaar. Sinds kort zitten we in de situatie dat hij in Antwerpen woont en werkt en eigenlijk vinden we dat allebei uitdagend, nieuw, anders. Ik vind het verlangen zo lekker, laat lieve berichtjes achter op zijn antwoordapparaat en stuur kaarten.”


 


Adelheid over kinderen:


“Ik heb geen kinderen. Niet bewust, het is er gewoon nooit van gekomen. Titus heeft al twee zonen en de man met wie ik hiervoor een relatie had, had ook al twee zonen. Misschien als dat niet zo was geweest, we dan eerder aan een kind van onszelf hadden gedacht. De drang is gewoon nooit zo erg geweest en ik mis het niet. Ik ben vervuld.”


 


Adelheid Roosen (1958) is theatermaakster bij Theater Persona (oa Tergend langzaam wakker worden en In de Schaduw van de Zon), ze acteert bij Toneelgroep Amsterdam en in films (oa Mama is boos!, Het Zakmes, Broos), ze zingt (oa Female Factory) en ze schrijft en regisseert (Zina, de Gesluierde Monologen). Daarnaast is ze docent aan de Theaterschool Amsterdam.