Met Eurocamp naar de Algarve
Esta, mei 2007

Sinds ik kinderen heb denk ik anders over op vakantie gaan. Tien jaar geleden had ik nog niet dood op een camping gevonden willen worden, dit jaar heb ik zelfs een Rapido-vouwcaravan uit de jaren ’70 gekocht. Als je dan toch gaat, dan graag in stijl. Want kamperen met kinderen is nu eenmaal leuker. Lekker buiten. De voeten in het zand. Meteen aarden. Kindjes hebben direct vriendjes, waardoor je rustig een glas wijn kunt drinken bij een goed boek en verliefde blikken kunt werpen op het spelende grut en elkaar. Wat heerlijk hebben we het toch. Ach, en dat gekloot op die twee pitjes van dat butagasflesje is toch eigenlijk ook hartstikke romantisch.


Dan is de stap naar Eurocamp ook niet meer zo groot.


Eurocamp heeft als voordeel dat de tent al staat als je aankomt. Dat voorkomt ruzie. Op de camping van Quarteira, Orbitur, in de Algarve, kregen wij zelfs de beschikking over een luxe stacaravan. Ideaal! Alle lusten van de camping, niet de lasten. Want laten we eerlijk zijn: zo’n pleegebouw went nooit. En een echt bed is ook wel zo fijn. Zo’n stacaravan zit knap ingenieus in elkaar. Groot is het niet, maar alles zit erin. Drie slaapkamers, een badkamer, apart toilet, woonkamer met open keuken met een oven en magnetron, en ieder hoekje heeft een functie. Op het houten terras buiten een tuinset met parasol, beneden op het gras nog twee ligbedden en twee vierstandenstoelen. Voorts: een barbecue. Het is werkelijk heel compleet.


Wij waren er in de meivakantie en dan is het al heel lekker in Portugal. Veel lekkerder dan in Oostenrijk, bijvoorbeeld, waar we vorig jaar waren en met onze sandalen in de natte sneeuw stapten. Portugal begin mei is zon, af en toe een wolkje en een koel, aangenaam briesje. Aankomen op de camping in Portugal begin mei, is de kinderen met hun vader naar het zwembad, terwijl jij rustig de koffers uitpakt. En vervolgens aan de aardige meneer van Eurocamp vraagt waar een lekker restaurantje is. Om de hoek dus. Een leuk inheems eettentje waar je langs de bar loopt, de onaardige barman negeert en in een huiskamerachtige setting komt waar de tv aanstaat en de radio ook. Maar helemaal goed. En het eten is heerlijk. Vis, uiteraard, met gekookte aardappelen en tomaatsalade. Je kijkt uit op citroenbomen die vol vrucht hangen, wat weer een aardig leermoment oplevert voor de kinderen.


 


Quarteira is een slaperig badplaatsje dat in mei begint te ontwaken uit zijn winterslaap. Niet alle winkels zijn al open, ook de luiken van een flink aantal lunchtentjes zijn gesloten. En de enorme betonnen appartementenkolossen waar het stadje uit lijkt te bestaan, lijken goeddeels leeg. Wat niet erg is. Er zijn net genoeg mensen om je niet in een verlaten prairiestad te wanen, de verhouding toerist-local is ongeveer 30-70, en je merkt pas hoe fijn dat is als je de grotere badplaatsen bezoekt als Albufeira en Lagos, waar het stikt van de Nederlanders en Engelsen. En niet het leukste soort, als ik het mag zeggen. Langs het strand van Quarteira is het rustig. Er is een lange boulevard van zo’n anderhalve kilometer, met aan de ene kant zandstrand, aan de andere kant terrassen en souvenirwinkels waar je niet hebberig van wordt. Wat Quarteira wèl heeft, is de vismarkt. De grootste en fijnste uit de regio. Hier is het fijn visjes kijken en kopen. Er liggen schelpjes die water spuwen – hilariteit alom – en de kinderen mochten hun hoofd in een haaienbek stoppen! Hier haalden we gamba’s die we voor de lunch in olie en knoflook bakten.


Verder is het zoeken naar authentieke dingen. Alhoewel genoemde steden in reisgidsen worden aangekondigd met ‘pittoresk, en voorzien van een rijke geschiedenis waar de inwoners terecht trots op zijn’, is het zoeken naar historische plekken. Europa’s eerste slavenmarkt, die we in Lagos graag wilden zien, waren we al vier keer voorbij gelopen, en dan zochten we goed. Prachtig is het strandje Praia de Dona Ana bij Lagos, al zijn de kleine strandjes bij Albufeira ook niet te versmaden. Ach, met de strandjes zit ook wel goed in de Algarve. Klein, intiem, met rotskliffen en –formaties zoals je die kent van ansichtkaarten. Leuk is het om het meest zuidwestelijke punt van Europa te bezoeken, bij Sagres, de Cabo de São Vicente. Met hoge kliffen en heel veel wind en het is ook heel koud, maar dat geeft niet, want er staan kraampjes met leuke, handgebreide truien voor 15 euro. En je koopt er natuurlijk een broodje braadworst bij Die letzte Bradwurst vor Amerika, met echtheidscertificaat.


Voor het echte Portugal neem je de kleinere wegen en waan je je in Latijns Amerika, door de stoffige, zanderige weg met links en rechts gekleurde huizen, palmbomen, sinaasappelkraampjes en tweedehandsautoverkopers. Het binnenland is ronduit prachtig, met een ruigere natuur, afgewisseld met steppeachtige vlakken. Rondom Monchique, een Middeleeuws stadje dat in terrassen tegen een berg is opgebouwd, schijn je geweldig te kunnen wandelen, maar dat was voor onze kinderen teveel. Bij het nabijgelegen kuuroordplaatsje Caldas de Monchique is volgens de legende de fontein der liefde verborgen. Wie het water uit de fontein drinkt raakt verliefd op het leven zelf. En op het plaatsje, dat kan niet anders, zo adembenemend mooi is het. Hier kun je wandelen in een sprookjesachtige tuin en tapa’s eten op een pleintje. Op de terugweg pak je het stadje Silves nog even mee, dat gedomineerd wordt door een groot Moors fort, dat – zo je wilt – ook vanaf de rondweg bekeken kan worden.


 


In schril contrast met deze weldaad staat een bezoek aan Zoo Marine, waar je met kinderen bijna niet onderuit komt. Het is nog erger dan je denkt. Een toeristische fuik met de hysterie van Disney World en het povere van een land dat net uit de rode cijfers komt. De roofvogelshow, de papagaaienshow, de dolfijnenshow en de zeehondenshow, het wordt allemaal opgeluisterd door CliniClown-achtige types die argeloze mensen uit het publiek trekken om mee te spelen en dat wil je niet, want je wordt voor lul gezet door een man met een rooie neus op. En al snel lijkt het of iedereen in het publiek een rode neus opheeft en een puntig hoedje en hard lacht en klapt om dingen die jij helemaal niet leuk vindt en je wil maar één ding: weg, maar dat kan niet want de kinderen vinden het zo leuk.


Weken na thuiskomst hadden de kinderen het nog over Zoo Marine. Niet over het geweldige strandtentje dat we de één à laatste dag ontdekten vlakbij de camping (je neemt het pad links omhoog, tot aan het strand, daar ga je links de duinpan omhoog, doorrijden tot je denkt: hier is niks meer, maar daar onderaan ligt het: een oase van rust). Vanaf het terras kijk je links uit op een prachtig meer, dat op het smalste punt door slechts tien meter gescheiden wordt van de zee, achter het meer een woud van naaldbomen dat als een parasol over het land ligt. Het licht is knisperend en kraakhelder, de Sangria zo lekker dat je voortaan alleen nog maar Sangria wil drinken, je eet toast met verse kaas en honing, de kindjes rennen lachend door de branding en je denkt: ja, hier zou ik wel drie weken willen zitten.


 


De Algarve in het kort:


Wind, vis en timesharing, dat is de Algarve in een notendop. Timesharing is samen met anderen, bijvoorbeeld vrienden, een appartement kopen in Portugal. Zeer populair. Rondom en in de steden zie je dan ook niets dan hopen rode aarde, graafmachines en identieke villaatjes op vinex-achtige locaties. De grote badplaatsen zijn weinig interessant. Ook hier voornamelijk betonnen appartementencomplexen en winkeltjes waar je niet hebberig van wordt. Maar het binnenland is prachtig, met een ruige natuur en stoffige Latijns-Amerikaans aandoende plaatsjes waar je de heerlijkste sinaasappels koopt en ezeltjes zomaar in het wild loslopen. In het voorjaar is de temperatuur perfect, zo’n 23 graden. Het is er nog niet zo druk, waardoor het eigenlijk heel prettig toeven is. Een ander voordeel: de Algarve is relatief goedkoop. Als je met z’n vieren uit eten gaat ben je voor 30 euro klaar. En dat bestelt lekker.