Onbewust kiezen
JAN, december 2008

Bij het nemen van grote beslissingen blijkt bewust nadenken lang niet altijd te leiden tot de beste beslissing. Juist het ouderwetse nachtje erover slapen biedt soelaas.


Vroeger, ja vroeger was het leven nog overzichtelijk. Je trouwde, stopte met werken, kreeg kinderen en dronk sherry met de buurvrouw. De kinderen gingen naar blokfluitles, pianoles en mochten een sport uitkiezen. Je zorgde ervoor dat iedereen z’n natje en droogje had en zo gleden de jaren zonder al teveel tam tam voorbij. Hoe anders is het nu! Vanaf het moment dat je van de middelbare school komt is het kiezen geblazen. Eerst een jaar reizen of meteen studeren? En welke studie dan? Volgt een periode van kroeghangen en mannen uitproberen en uiteindelijk blijf je aan een hangen. Maar of het de juiste is? Daar kan weer een hoop gedoe over ontstaan, avonden snikken met vriendinnen. En voor je het weet sta je in de supermarkt voor de rij cereals en vraag je je af welke je kind ook alweer besteld had. Iets met chocola en een aap op de voorkant, maar ja, er zijn wel tien soorten met daarop beesten die voor aap kunnen doorgaan.

Het is een bekend fenomeen: geef de consument de keus uit twee aanbiedingen en die keus is snel gemaakt. Zet een hele rij neer en diezelfde consument weet niet meer wat hij moet doen. Het leven wordt niet eenvoudiger als er veel te kiezen is. Integendeel. De keus voor het een betekent vaak dat je een alternatief moet laten vallen, bij teveel keus beslissen we maar helemaal niet meer en denk je eens een verstandige keuze te maken, zit daar dat stemmetje in je hoofd dat zegt: ‘Niet doen!’ En vaak nog gelijk krijgt ook. Daarom een lesje beslissingen nemen. Want of het nou om een nieuwe partner gaat, een andere baan, een auto of een pak cereals met aap op de voorkant: goed kiezen kun je leren. Als je je maar aan een aantal simpele principes vasthoudt.
 
Denken met gevoel
Hoogleraar sociale psychologie Ap Dijksterhuis schreef de bestseller Het slimme onbewuste: denken met gevoel. Daarin legt hij uit dat onbewuste processen van groter belang zijn dan we denken. Sterker nog: hij toont aan dat het bewuste slechts het topje van de ijsberg is en dat er onder water nog een hele berg schuilt: het onbewuste. Dijksterhuis: ‘Wij denken dat het bewustzijn de kroon is op de evolutie, dat het ons onderscheidt van andere dieren en ervoor zorgt dat wij als rationele en verstandige wezens handelen. Het onbewuste hangt er een beetje bij en is voer voor psychologen en therapeuten van minder allooi. Freud zag het zelfs als een vergaarbak van ellendige herinneringen en dierlijke driften die door het bewustzijn beteugeld moeten worden. Onzin. Het onbewuste bepaalt, met een verwerkingscapaciteit die ongeveer 200.000 keer zo groot is als die van het bewustzijn, ons gedrag, ons denken en onze gevoelens. Het is juist het onbewuste dat ons stuurt!’
Iedereen herkent wel dat je na een foute beslissing denkt: ik wist het. Je had er al een gevoel van dat er iets niet oké was, maar verstandelijk kon je niet beredeneren wat, verstandelijk leek het zelfs een goed besluit, dus je dacht: vooruit met de geit. En nu zit je met de gebakken peren. Betekent dat dus dat je voortaan alleen nog maar op zoiets vaags als je gevoel moet vertrouwen? En waarom hebben we dan het gezond verstand gekregen?
In zijn boek onderscheidt Dijksterhuis drie manieren om te kiezen. De snelle keuze, waarbij je niet of nauwelijks nadenkt, de impulsieve manier. De onbewuste keuze: je neemt de informatie die belangrijk is in je op en slaapt er een nachtje over. De optie die ’s ochtends het best voelt, neem je. En dan hebben we de bewuste keuze: je neemt de informatie in je op en gaat vervolgens alles aandachtig analyseren. Je maakt plus- en minpuntenlijstjes en kiest vervolgens het alternatief dat het best uit de analyse komt.
De meeste mensen denken dat de bewuste en beredeneerde keuze de beste is. Zeker bij ingewikkelde zaken waar veel vanaf hangt. Dan kun je er bijna niet genoeg over nadenken. Dijksterhuis: ‘Het probleem met nadenken is dat je argumenten gaat gebruiken die je goed kunt verwoorden. En die argumenten worden daardoor belangrijker gemaakt dan ze zijn. Juist bij belangrijke keuzes spelen emoties een grote rol en die laten zich niet zo makkelijk verwoorden. Maar ze moeten wel degelijk meegewogen worden. Daarnaast leidt nadenken ertoe dat je theorietjes gaat gebruiken. Zo van: “De kans dat dit nu weer gebeurt, is wel erg klein.” We denken dat kans zichzelf corrigeert en dat het een geheugen heeft. We zien verbanden die er niet zijn.’

Het onbewuste bezit veel kennis en ervaring. Kennis die moeilijk of zelfs onmogelijk te verwoorden is. Je weet het, maar je weet niet waarom. Maar die kennis zit er wel en je kunt er ook gebruik van maken. Hoe? ‘Door het onbewuste voor je aan het werk te laten gaan. Door er letterlijk een nachtje over te slapen. Meestal worden beslissingen beter door er meer tijd aan te besteden. Niet door er meer over te denken, maar het gewoon los te laten en af te wachten tot je weet wat je moet doen.’
Nu Dijksterhuis dit weet past hij het zelf ook toe. Bijvoorbeeld bij het kiezen van nieuwe promovendi. Eerst reduceren hij en zijn commissie alle sollicitatiebrieven tot een stuk of vijf kandidaten. Die komen op dezelfde dag langs. En dan komt het: ‘We houden het gesprek en praten en denken er verder niet over na. Ik zeg alleen: “Maandagochtend nemen we de beslissing.” Wat opvalt is dat mensen na een paar dagen veel zelfverzekerder zijn over hun keuze. Als je het meteen vraagt, wat ik in het verleden deed, twijfelden mensen vaak nog tussen twee kandidaten. Na een paar dagen is er geen twijfel meer, maar een duidelijke keuze voor één van de kandidaten. En dikwijls nog dezelfde ook.’ 
Werkt dat dan voor alle beslissingen zo? Neen. Er is een verschil tussen simpele beslissingen en complexe beslissingen. Dijksterhuis: ‘Het lijkt nu alsof het bewuste nergens goed voor is, maar het is wel heel precies en accuraat. Voor bijvoorbeeld het berekenen van sommen is dat heel handig. 2 + 2 = 4, dat haal je plop, zo uit je bewuste.’ Sta je bij de Hema met twee ovenwanten in je hand, dan kun je dat ook prima rationeel aan. Die zwarte past gewoon niet in je keuken. Maar zodra de hoeveelheid af te wegen informatie meer wordt, neemt de kwaliteit van het bewuste af. ‘Omdat het simpelweg overbelast raakt. Dan moet je vertrouwen op je onbewuste dat al die deeltjes informatie in zich opneemt, optelt en aftrekt en combineert met wat plukjes emotie tot het weet wat je moet doen. Terwijl jij rustig achterover hangt.’

De hersenen
We nemen het allemaal graag aan, het ontslaat je tenslotte ook van een bepaalde verantwoordelijkheid, maar hoe werkt zulks in de hersenen? Wetenschapsjournalist Mark Mieras is natuurkundige en heeft zich gespecialiseerd in de werking van de hersenen. Hij schreef het boek Ben ik dat? Wat hersenonderzoek vertelt over onszelf. Hersenonderzoekers, vertelt Mieras, maken een onderscheid tussen bewustzijn en zelfbewustzijn. ‘Het bewustzijn is iets algemeens, dieren hebben het ook en het zit overal in het brein. Het zelfbewustzijn is een verhaal apart. Als je naar de evolutie kijkt, dan is het zelfbewustzijn er later bijgeplakt. Ongeveer in de periode dat taal ontstond. Je denkt dat het de kern is van ons handelen, maar eigenlijk speelt het zelfbewustzijn een marginale rol. Het is een soort Prins Carnaval. Hij doet alsof hij de baas is, maar eigenlijk heeft hij niks te zeggen. Boeddhisten zeggen dat al honderden jaren. Het zelf, of het ik is een illusie. Dat zelf gelooft dat het de kapitein is op het schip. Wijdbeens staat hij achter het roer, de blik op het einder gericht. Maar het is een kapitein die rondloopt in een glazen kooi. Het stuur waaraan hij draait is niet verbonden met het roer.’
Je wordt bestuurd, door de hersenen. Door allerlei (onbewuste) mechanismen doen die hersenen automatisch de goede dingen. ‘Als je door de stad fietst, denk je dat je bewuste controle hebt over wat je doet. Tot het moment dat er iets gebeurt en je instinctief reageert. Je remt en stuurt instinctief en red zo het vege lijf. In feite is dat altijd aan de hand. De hersenen besluiten iets, waar je je later van bewust wordt. Daar kan tot wel tien seconden vertraging inzitten.’ Het inzicht dat je zelf niet aan het roer staat, kan heel bevrijdend zijn. ‘Al mijn handelen wordt onderbewust bestuurd door mijn hersenen en dat gaat al jaren goed. Ik loop niet zomaar onder de tram en in sociale conflicten doe en zeg ik de goede dingen om er zonder al teveel kleerscheuren uit te komen. Kortom, die onderbewuste keuzes van mijn hersenen zijn uiterst betrouwbaar. Ik hoef niet als een gek aan dat stuurwiel te draaien om de stroom ideeën en handelingen bewust te controleren.’

Waarom nog nadenken?
De vraag is: waarom hebben we dan dat vermogen om over ons handelen na te denken? Mieras: ‘Met onze frontaalkwab evalueren we wat we doen. Daar zit het begrip van de wereld.  Het verstand is ontstaan om op de achtergrond te evalueren wat mis gaat en de basis te leggen om het de volgende keer goed te doen. Mensenhersenen hebben het vermogen om na te denken en in de toekomst te kijken. Dat is een superieur vermogen waarmee we extra succesvol kunnen zijn door doelgericht nieuw gedrag te verzinnen. De kracht van dat vermogen zit hem in kleine denkstappen: rijd ik langs de A10 of de A9? Doe ik eerst de vis in de pan of eerst de wortelen?  Met één of twee factoren kun je prima verstandelijk kiezen. Komt er meer bij kijken, dan loop je vast.’
Een complexe afweging als: moet ik meegaan naar dat familieweekend of blijf ik thuis om mijn project af te maken? kun je onmogelijk frontaal oplossen, zegt Mieras. ‘Maar met je emotie, met je dopamine-systeem, kun je dat wel. Dat telt het totaal aan verlangens op en geeft je een afgewogen antwoord. Je emotionele hersenen bieden je een solide afweging, maar zonder argumenten. En je hebt geen idee hoe die gevoelsmatige afweging tot stand is gekomen. Dat vinden wij hier in het Westen lastig. We willen een rechtvaardiging van onze keuze. Maar zo werken de hersenen niet. Je emoties vertellen je wat je moet doen, niet waarom. Zij zijn de vertaling van je intuïtie.’
Er zit enorm veel kennis in die intuïtie. ‘Het is het resultaat van jarenlange ervaring van wat wel en niet werkt. Onze hersenen zijn ingericht op het behalen van hun successen. Er moet voldoende te eten en te vrijen zijn en je moet je capaciteiten voldoende kunnen ontwikkelen. Daarbij vindt een voortdurende bijstelling plaats. Pakt een bepaald gedrag goed uit, dan denken de hersenen: hoera, nog eens! Gaat het niet goed, dan onthoudt het brein dat ook: niet vatbaar voor herhaling! Net als dieren hebben mensen een voorkeur voor dingen die nieuw zijn. Logisch. Nieuwe dingen moeten uitgeprobeerd worden om te kijken of het wat is. Wie weet levert het wat op.’
Negatieve ervaringen hebben veel impact. ‘Logisch, je kunt maar één keer doodgereden worden, daar kunnen heel veel positieve ervaringen toch niet tegenop. Die aandacht voor het negatieve zie je overal terug. In het nieuws maar ook in sociale relaties. Men heeft wel eens onderzocht wat nou een gezonde relatie is. Stellen  werden dagenlang geobserveerd. Zo bleek dat er in alle relaties negatieve momenten zijn. Maar in een goede relatie er is een verhouding van 1 op 5 in de momenten dat je strijd hebt en het gezellig hebt met elkaar. Een uurtje strijd moet gecompenseerd worden door vijf uur dat je het goed hebt. Het helpt enorm dat we over elkaar kunnen nadenken. We kunnen ons over verwarrende ervaringen heen zetten. Je kunt denken: deze ervaring was totaal buiten proportie, we praten erover en vergeven. Op dezelfde manier kun je je ook bevrijden van de dwingelandij van de negatieve ervaringen uit je jeugd. Dankzij die frontale kwab zijn we niet dom overgeleverd aan ons gevoel.’

Een kwestie van luisteren
Het begint bij het vertrouwen dat je hersenen een enorme capaciteit hebben. En vervolgens is het vooral een kwestie van luisteren. Mieras: ‘In principe gaan je hersenen vanzelf met een vraagstuk aan de slag, maar soms kan het helpen je vraag even los te laten. Topwiskundigen maken daar systematisch gebruik van. Die sturen een vraagstuk vanuit de frontaalkwab het onderbewuste in en wachten op een antwoord. Als je vasthoudt en je blijft maar redeneren, blokkeer je een belangrijk deel van de capaciteit van je brein.  Iedereen heeft die ervaring wel met een woord waar je niet op kunt komen. Als je er hard over nadenkt kom je er niet uit, maar als je het loslaat wordt het woord even later vanzelf aan je gepresenteerd. Op z’n beloop laten betekent dat je de tijd moet nemen voor dingen. Het is onze agenda die daar niet altijd de ruimte voor laat. Onze enorme controledrift beperkt ons vaak enorm dwingt ons frontaal een eenzijdig op te lossen.’
Je gevoel kan je ook in de steek laten. Een nieuwe oppas met wie je aanvankelijk een heel leuk gesprek had, blijkt in praktijk totaal niet flexibel en bovendien een draak voor de kinderen. Mieras: ‘Dan is het toch weer je gevoel dat je al snel laat weten dat dit het niet is. Vertrouwen op wat je hersenen je ingeven is geen garantie voor succes, het helpt je alleen een betere beslissing te nemen dan wanneer je het niet deed. ’ En neem je eens een verkeerde beslissing? Ach, de meeste beslissingen zijn niet onoverkomelijk. Beslis gewoon opnieuw.  

Misverstand
Hersenkenner Mark Mieras: ‘Vaak denken mensen dat als ze niet zitten te denken, er niks gebeurt in de hersenen. En dat we enorm effectief zijn als we frontaal allerlei afwegingen zitten te maken. Terwijl de hersenen net zo actief zijn als je even echt niks doet. Niet voor niets is het spreekwoord: er een nachtje over slapen. Tijdens dat nachtje wordt er echt wel aan gewerkt. Ik heb me aangeleerd om de rij bij de supermarkt niet als iets vervelends te zien. In de file kun je je vreselijk opwinden over de verloren tijd, maar het is ontzettend effectief even nergens aan te denken. Boeddhisten zijn daar goed in... nergens aan denken. Zij mediteren en dat klinkt als iets zweverigs, maar je kunt meten dat er echt wat gebeurt in de hersenen. Er zijn hele eenvoudige vormen van meditatie die je makkelijk tussendoor kunt doen. Even je ogen dichtdoen en je voetzolen voelen, of alleen op je ademhaling letten. Door je op zoiets basaals te richten werken je hersenen door en zijn waarschijnlijk met iets nuttigers bezig dan als je je  steeds blijft afvragen wanneer je eindelijk aan de beurt bent.’