Foutje!
JAN juli 2009

Ik mag nooit meer een pony. Noch kort haar.
Ik mag nooit meer een pony. Noch kort haar.
Ik mag nooit meer een pony. Noch kort haar.
Keer 30.
Voorts mag ik ook nooit meer naar een voor mij onbekende kapper en blijmoedig uitroepen: ‘Ik heb zin in iets heel nieuws!’ Zeker niet als de kapster in kwestie jong is (en dus onervaren), een vleugje verschraalde alcohol draagt en sowieso weinig blijk geeft van enig enthousiasme en/of betrokkenheid. Mijn toevoeging: ‘Als ik er maar niet teveel aan hoef te doen, ik heb drie kinderen,’ viel ook al niet in goede aarde. Niks: ‘Echt? Jij?! Maar hoe oud ben je dan?’, maar een oorverdovend stilzwijgen.
Het rare van bij de kapper zitten is dat je het fout ziet gaan en de gevolgen daarvan lijdzaam ondergaat. Nu valt er ook weinig meer aan te doen als je voelt dat je haar aan de achterkant op 1 centimeter van de haargrens wordt afgeknipt. Waarom, waarom, waarom? denk je, terwijl de lange lokken op de vloer vallen. Uit radeloosheid zou je je de haren wel uit het hoofd willen trekken, maar dat doet de kapster al. En snel ook. Resteert een kort – met de beste wil van de wereld – bobkapsel met pony. Een helm, die mijn toch al brede kaaklijn prononceert tot mannelijke proporties.
Ik ben geen lekker wijf meer. Dat is het probleem. Normaal gesproken word ik op een gemiddelde fiets- of loopbeurt wel drie keer nagekeken of geroepen. Daar kun je over doen alsof je het heel vervelend vind, maar vanaf een bepaalde leeftijd is zo’n bevestiging, hoe klein ook, heel welkom. Bovendien valt het pas echt op als de goedkeuring wegvalt. Geen lekker wijf meer. Niet interessant voor het mannelijk geslacht. Uitgerangeerd en afgeserveerd.  
Al jaren hetzelfde haar is natuurlijk ook niet leuk, maar ik ben er nu achter dat het niet voor niks is dat je al jaren hetzelfde haar hebt. Dat is gewoon wat het is. Proefondervindelijk ondervonden. Onomstotelijk het beste. Als ik nu in de spiegel kijk zie ik een vreemde, een muts, het heeft twee dagen geduurd voordat Keet weer naar me lachte!
En ineens zijn uitspraken die eerst misschien nog koddig leken, ontzettend Libelle. ‘Schat, hebben we nog lekkere happesteintjes?’ was voor vrienden genoeg om elkaar een paar seconden lang in afgrijzen aan te staren, waarna ze zich proestend verslikten in de wijn. En gisteren nog werd ik, toen ik mijn auto iets te krap voorsorteerde waardoor een brommer lichtelijk bekneld kwam te staan tussen mij en de stoep, uitgescholden voor tutje. Tutje! Nou, dat komt toch totaal niet overeen met hoe ik me voel?
Het is alsof je meespeelt in de verkeerde film. Alsof je op straat wil uitroepen: ‘Jongens! Hierbinnen zit een hartstikke leuke vrouw, echt, wacht maar even, ik ben geen muts!’
De realiteit is dat ik nog maanden met dit hoofd doormoet. ‘Wat vind je ervan?’ zei dat mokkel ook nog, terwijl ze me via de spiegel aankeek. ‘Nou, eh, het is even wennen,’ zei ik, lafaard die ik ben. Ik had natuurlijk moeten uitroepen: ‘Jij takketrol, door jou loop ik maanden voor lul. Hoe moet ik nu op mijn werk verschijnen? Nog even en ze gaan me om receptjes voor appeltaart vragen!’
Ik heb direct twee bh’s van Marlies Dekkers gekocht, met flink wat traliewerk dat boven shirtjes en jurkjes uitsteekt. Opdat iedereen ziet dat ik heus wel van wanten weet en dat dat haar, ja, wie weet wel mode is!
Nog een paar maanden.
Ik mag nooit meer een pony. Noch kort haar.
Ik mag nooit meer een pony. Noch kort haar.