Huisdieren
JAN 2011

Het hebben van huisdieren is leuk, maar ook heel lastig. Laat ik meteen overstappen op het lastige gedeelte: de enorme hoeveelheid troep die ervan afkomt. Wij hebben twee katten en een hond, Harrie. Harrie is een zwarte Schapendoes (officieel heet hij Zwarte Harrie) en al doet zo’n lange vacht het ergste vermoeden, van een labrador heb je meer haren. Nee, het zijn niet zozeer de haren van Harrie waar ik last van heb, het is wat hij erin meeneemt. Massa’s modder, zand, takjes en andere troep die ik niet eens wil definiëren. Als Harrie de trap oploopt is ie daarna zwart.
En stinken… Natte hond stinkt, dat weet iedereen, maar Harrie kan er wat van. Dat komt zo. Wij wonen aan het rietland, veengrond. Heerlijk om in te spelen en te wandelen, maar als het regent, en dat doet het, wordt het één grote zompige massa waarover je snel moet lopen anders zuig je vast. Dan zijn er ook nog heel wat modderslootjes en Harrie houdt van slootjes. Je kunt er heerlijk uit drinken of er gewoon wat in staan. En wat hij daar allemaal opdoet, dat belandt dus bij ons op de vloer, en de leren stoel en de bank, als wij er niet zijn.
In plaats van te klagen en me in toenemende mate te storen aan de troep, moet ik natuurlijk gewoon vaker schoonmaken. Nu heb ik op de redactie van JAN begrepen dat er mensen zijn die het heel normaal vinden elke dag hun huis te stofzuigen. Sommige daarvan hebben niet eens kinderen, laat staan huisdieren! Dan zou het voor mij toch ook een kleine moeite moeten zijn.
Met een hond kom je terecht in een fascinerende wereld. Het begon al toen wij met hem op puppycursus gingen. Schreeuwlelijkerds ontmoetten wij daar. En mensen die bijzonder goed geoutilleerd waren. Zo was er een man die een rugzak droeg waar in een handomdraai een drinkbak uitklapte. Verder wat mensenschuw trainingsvolk, dat mij weigerde een hand te geven of zelfs maar aan te kijken. We waren hier tenslotte voor de hond.  
En dan was er de Jongehondendag van de Schapendoesvereniging toen Harrie bijna een jaar was. Leuk, zou hij zijn broertjes en zusjes weer ontmoeten, mijmerde ik, en zijn ouders. De dag vond plaats op een grasveld achter de manege van het plaatsje Heteren. Harrie zag inderdaad zijn zusjes en dook er meteen bovenop. ‘Ach ja, dat heb je met een hond in de puberteit hè,’ vergoelijkten wij, terwijl we hem nu weer van zijn moeder probeerden af te rukken. ‘Die raakt al opgewonden van een sleutelgat.’
We besloten een rondje te lopen langs de kraampjes met leuke Schapendoessnuisterijen. Speciale borstels, voederbakken met daarop een Schapendoes, heuptasjes voor hondensnoepjes, flessen met schapenvet en zeewier, goed voor de vacht (ik kocht meteen vijf liter, want Schapendoezen hebben ook heel veel last van jeuk) en ah, en daar had je de rugzak met geïntegreerde drinkbak. En er was een tafel waar je borstelles kreeg. Ik gaf Pieter direct een duw in de goede richting, want dat is zijn taak. De borstelmevrouw, die zelf ook wat weg had van een Schapendoes, constateerde geen knopen in Harrie’s vacht en dat stemde haar tevreden. Tot ze met haar hand over de onderkant van zijn buik wreef. Ze keek ons streng aan. Bemoeiden wij ons wel voldoende met de piemel van Harrie? Wij schudden van nee. Ze pakte de pluim haar die aan zijn piemel hing en hard was van de urine tussen duim en wijsvinger en zei: ‘Dit is dus vies.’ 

Dat kon je wel zeggen. Met een ferme haal van de schaar knipte ze het af. Nog steeds had ze de pluim tussen duim en wijsvinger, ze hield hem zelfs omhoog om ons van de ernst van de situatie te doordringen en zei toen: ‘Misschien is het een goed idee als jullie Leo’s voorhuidreiniger aanschaffen.’  
Je gaat je toch afvragen wie Leo is.
Er volgde nog een vernederende keuringssessie waarbij Harrie alle kanten op vloog, terwijl de andere honden netjes rondjes liepen met hun baasjes die van ijver en pure werklust ook parmantig gingen lopen. Gevolgd door een vernietigend oordeel: ‘En deze mevrouw moet met haar hond naar elementaire gedragscursus.’
Het zijn dit soort dingen (en benamingen van hondenuitlaatservices als Flaporig en De Blafferie) die het draaglijk maken, het hebben van huisdieren.
De oplettende lezer zal merken dat ik niets over de katten heb gezegd. Dat klopt.