Zo n moeder
Viva, 2000

Ik had het me nog zo voorgenomen: ik word nóóit zo’n moeder. Zo’n moeder die het alleen nog maar over haar kind kan hebben. Zo’n moeder wiens belevingswereld tot de voordeur is beperkt. Kortom: zo’n monomaan regressietypje.


Toen ik vijf weken na de bevalling voor het eerst weer naar een feestje ging (een housewarming van Hans, een vriend), nam ik me dan ook voor weer eens ouderwets los te gaan. Er zouden een hoop oude bekenden zijn, waaronder een paar ex-minnaars. Sommigen wisten niet eens dat ik getrouwd was, laat staan dat ik een kindje had gekregen. Niet dat ik het daar veel over zou hebben. Ik zou ze één blik gunnen op mijn mooiste babyfoto en de rest van de avond slechts converseren over mijn werk, mijn plannen voor de toekomst en natuurlijk de actualiteiten. Schitteren zou ik, als versbakken moeder die zo leuk zichzelf was gebleven. 


Daags van tevoren was ik al in de weer met het kolfapparaat, zodat er genoeg melk voor Mees zou zijn. En het kolfapparaat zou meegaan. Het kon wel eens laat worden, dus ik zou me wel een keer moeten ontlasten. Of twee. Een uur voor vertrek stond ik voor mijn kledingkast. Ik paste wat oude kledingsetjes en besloot grommend toch voor die joggingbroek, maar dan wel met een leuk truitje. Een waarin het nieuw verworven decolleté goed uitkwam.


Veel te vroeg kwam ik aan op het feestje. Er was nog niemand, ja, wat familie die niet had begrepen dat het na zessen voor vrienden was. Er zat niks anders op dan een biertje te pakken en de babyfoto’s - die ik trots rond liet gaan. Ik rookte mijn eerste sigaret sinds maanden. Heel langzaam stroomde de kamer vol. Met onbekenden. Drie bier en vijf sigaretten later begon ik me beroerd te voelen. Ik sloot me bij wat groepjes aan, maar wist niks te vertellen. Net toen ik een smoes stond te bedenken om weg te kunnen, nam Hans zijn taak als gastheer serieus, stelde me voor aan een andere Remy en maakte zich uit de voeten. Ik keek hulpeloos rond en knikte vriendelijk naar de jongen. Een paar seconden, die wel uren leken, keken we elkaar onnozel aan. “Ik heb net een kind gekregen,” zei ik tenslotte.


“Gefeliciteerd.”


Stilte. Ik liet hem de foto’s zien en hij werkte het stapeltje zwijgend door. Stilte. Ik vroeg hem hoe laat het was. Toen hij zei dat het half tien was, keek ik verschrikt op. “Oh, maar dan moet ik nu echt gaan kolven.” En voordat ik het wist, stond ik te ratelen over de noodzaak van kolven, dat de borstvoeding minder zou worden als ik het niet deed en dat bovendien mijn borsten op knappen stonden. Toen ik weer opkeek, zag ik dat hij met zijn ogen de kamer afspeurde. Beschaamd hield ik mijn mond. “Ik, ehh, ga.” Hij knikte me bemoedigend toe en ik maakte me uit de voeten. Misschien was ik nog wel op tijd thuis om gewoon de borst te geven.