Eerste verjaardag Mees
Viva, 2001


We hebben gisteren Mees z’n eerste verjaardag gevierd. Zo’n feestje is vreselijk. Allemaal gillende en huilende kinderen, verhitte ouders en de hele huiskamer onder de platgetrapte rozijntjes. En het erge is: Mees herinnert zich er straks niks meer van. Halverwege bedachten Pieter en ik ons dat we net zo goed met fotoshop een trucagefoto hadden kunnen maken. Voor in het album. Mees achter de taart met een paar ballonnen aan z’n stoel en op de achtergrond wat ingeplakte kinderen. Lachend.


Ach, zo’n feestje geef ik natuurlijk niet alleen voor Mees. Het is ook mijn feestje. Want ik ben een jaar mama. Ik zie hem nog zo liggen met dat ziekenhuismutsje op. Wat was hij klein en hulpeloos. Als ik dat vergelijk met die grote, drukke peuter die nu rondloopt… Mees heeft mijn leven verandert. Meer dan ik ooit had kunnen vermoeden.


Je hoort soms vrouwen zeggen dat ze vanaf de eerste seconde dat moedergevoel hadden. Dat had ik niet. Misschien komt dat doordat Mees via een keizersnede is geboren. Ik heb geen weeën gehad, niet hoeven persen en als beloning werd niet mijn kindje op mijn buik gelegd. Het was allemaal heel klinisch. Door de ruggenprik voelde ik niets en kon ik alleen maar lijdzaam afwachten. Ik hoorde Pieter roepen dat de vliezen waren gebroken. Merkte ik niks van. Ik voelde dat er aan me werd getrokken en opeens zwabberde hij boven het lakentje dat voor me hing. Hij werd naast m’n hoofd gehouden en in een helder moment herinnerde ik me dat ik aan hem moest ruiken. Ik rook niks. En vond het niet erg dat hij meteen werd weggehaald voor onderzoek, terwijl ik dichtgenaaid werd.


Dat moedergevoel is gegroeid. De eerste dagen kon ik me niet voorstellen dat dit mijn kindje was. Ik lag alleen maar met ogen als schoteltjes naar hem te kijken. Mijn zoon. Tranen met tuiten heb ik gehuild. Ik vond hem zo mooi en zo lief en voelde me zo bevoorrecht dat ik hem altijd bij me mocht houden. Als een kloek zat ik op hem, ik liet hem geen seconde bij me weg halen. Veilig onder m’n arm, aan mijn borst, zo is mijn moedergevoel gegroeid.


En nu is hij alweer een jaar. Hij is niet meer klein en ook niet altijd zo lief. Ondeugend, zou ik hem eerder willen noemen. Nieuwsgierig. Met af en toe behoorlijke driftbuien, waarbij hij zich gillend op de grond werpt en de frustratie met handen, voeten én hoofd (dat laatste komt volgens Dokter Spock niet veel voor – heb ik weer) wegbonkt. Een klein mannetje, dat meer wil dan hij nu al kan.


En ik geniet van hem. In een jaar tijd is Mees deel geworden van mijn leven. In het begin was het nog overweldigend. Overheersend. Mijn leven stond in dienst van hem. Maar inmiddels hebben we onze draai gevonden. Het loopt. Op rolletjes, zou ik bijna durven zeggen. Mees is gelukkig. Dat zie ik. En ach, wat zeur ik nou. Natuurlijk is dat reden voor een feestje!