Peuterpuberteit
Viva, 2002

Mees zegt de hele dag ‘nee.’ Zelfs als ik niks vraag. “Nee, nee, nee, neeeeeh!” gilt hij en schudt daarbij wild met zijn hoofd. Een beetje zoals dat meisje in die commercial over luierbroekjes. Maar dan erger. Als hij z’n zin niet krijgt, wordt hij woest. Werpt zich krijsend op de grond, krabbelt na een paar keer met zijn hoofd op de betonnen vloer te hebben gebonkt weer op en stormt op je af om je te slaan. Of erger.


Ik weet inmiddels niet meer wat ik moet doen. Negatief gedrag negeren en positief gedrag belonen, zeggen de opvoedboeken. Tja, probeer dat maar eens te doen op een drukke parkeerplaats voor de supermarkt. Ik kan hem moeilijk laten liggen. Thuis zit hij meer op de trap dan dat hij rondloopt. Want daar moet hij zitten als hij straf heeft, omdat ‘afzonderen ook nog wel eens helpt’. Aldus de boeken. In ieder geval moet je: niet boos worden, consequent zijn en onthouden dat je peuter zich niet tegen jou afzet, maar tegen de situatie. En: heeft hij zijn driftbui gehad, troost hem dan.


“Goh, hebben jullie een kat?,” krijg ik regelmatig te horen. “Nee, een zoon,” zeg ik dan. En ook Pieter is op zijn werk het lachertje van de dag sinds hij beschaamd moest vertellen dat het niet ‘het vrouwtje’ was dat hem zo te pakken had gehad, maar zijn tweejarige zoon. Het vervelende is dat je niks terug kunt doen. Nou, ik moet toegeven dat ik één keer terug heb geslagen. Niet hard, maar even om te laten voelen wat hij deed. Maakte geen enkele indruk. Hij ging me alleen maar nog harder slaan en greep met zijn andere hand mijn haar om daar heel hard aan te trekken.


‘Help, ik word afgetuigd door mijn zoon,’ schreef ik aan de pedagoog die zijn diensten aanbiedt op de site van OudersOnline. En ik beschreef hoe mijn altijd wel temperamentvolle, maar toch zachtaardige mannetje van de een op de andere dag veranderd was in een duiveltje. ‘Geachte mevrouw Rethans,’ schreef de pedagoog terug. ‘Zo te lezen lijdt uw zoontje aan de oh, zo gevreesde peuterpuberteit.’ Gevolgd door de standaard raadgevingen die ik ook al uit diverse opvoedboeken had.


Op de crèche weten ze ook niet meer wat ze met hem aanmoeten. Hij slaat, knijpt en krabt andere kinderen, tackelt baby’s die net hun eerste stapjes zetten en pakt hardhandig speelgoed af. Vandaag moest ik horen hoe hij aan tafel zomaar het kindje naast hem hard in het gezicht had geslagen. Het knaapje sloeg als een blok tegen het marmoleum.


Ach, het zal wel weer een fase zijn, net als alle sprongetjes die we hebben meegemaakt. En we maken ons ook niet echt zorgen. Mees deugt. Hij is lief, niet jaloers en empathisch. Hij heeft het heel goed door als hij fout zit en komt het altijd goed maken. Met een kus op je wang. Alleen moeten we nu even opletten dat hij er niet als een humeurige piranha aan blijft hangen.