Weer zwanger
Flair 2002

“Zo, lieve papa van de tweede...” Pieter hoorde me niet. Hij had zich samen met Mees onder de dekens verstopt. Mees kwam even onder de dekens vandaan, riep hard ‘kiekeboe’ en verdween gierend van het lachen weer onder het dons. “Zo, lieve papa van de tweede,” herhaalde ik - nu iets luider. Stilte. Toen sloeg hij met een ruk de dekens van zich af en keek me vragend aan. Ik wapperde breed grijnzend met de zwangerschapstest, waar twee overduidelijke blauwe strepen op te zien waren. Pieter sleurde me op bed en overlaadde me met kusjes. Mees begreep niet wat er aan de hand was, maar wel dat het leuk was en hij juichte vrolijk mee.


Ik had al zo’n vermoeden toen ik me op een goede morgen opeens bij de visboer bevond. En een broodje haring bestelde. Dat had ik sinds de zwangerschap van Mees niet meer gedaan. Oh, wat had ik toen trek in broodjes haring... Bijna elke dag ging ik er wel een halen. Alleen de lucht... Die vreselijke lucht in de viswinkel. Kotsmisselijk werd ik ervan. Toch ging ik. Ik móest een broodje haring.


Dit keer was het de dag dat ik eigenlijk ongesteld had moeten worden. Nog niet over tijd, bovendien had ik elke maand de tekenen van een zwangerschap, dus besteedde ik er nog niet zoveel aandacht aan. Tot ik een dag over tijd was, twee dagen en de derde ochtend de test deed.


Ik kan het nog steeds niet geloven. Bijna zeven weken ben ik al (de eerste twee weken krijg je cadeau, dus dat schiet lekker op). De eerste twee weken dat ik het wist, voelde ik me erg zwanger. Ik haalde trouw mijn broodje haring, lustte opeens geen koffie meer en was moe. Ontzettend moe. Maar verder voelde ik me prima. Veel beter dan de eerste drie maanden van Mees, toen ik zo labiel was dat ik ongeveer om de minuut van stemming wisselde.


Nu niet. Ik voel me zelfs zo goed dat ik ga twijfelen. Of ik nog wel zwanger ben. Op de site van OudersOnline lees ik over andere zwangere vrouwen die zich ook niet zwanger voelen. Het stelt even gerust. Tot ik een kopje koffie drink dat ik eigenlijk wel weer lekker vind. In blinde paniek bel ik naar het ziekenhuis. Of ik meteen even langs mag komen voor een echo, want ik denk dat ik een miskraam heb. De receptioniste vraagt rustig of ik bloedverlies heb. Krampen? Nee? Wat er dan aan mankeert. Als ik zeg wat er aan de hand is, is het even stil aan de andere kant van de lijn. Dan: “Je lust je kopje koffie weer!?” Ze buldert het uit en raadt me aan vooral te genieten van mijn koffie en me verder niet al te druk meer te maken.


’s Avonds voel ik me misselijk. Hoera, je bent er weer! Ach, de receptioniste had ook gelijk: ik moet gewoon geduld hebben. Nog een paar weken, dan zijn die vreselijke eerste drie maanden voorbij. Nog even geduld...