Aandacht delen
Flair 2003

“Jezus mens, doe nou eens rustig,” roept mijn vriendin Maartje tegen me. Een half uur daarvoor ben ik binnen komen stormen. Tijl in de MaxiCosi, Mees in de houtgreep en ondertussen het gerinkel van mijn mobiele telefoon druk negerend. Sindsdien is de gsm onophoudelijk afgegaan. Toen Maartje me vragend aankeek, zei ik verwerend: “Laat maar... Heb net ruzie gemaakt met een nieuwe opdrachtgever. Stom. Ik moet ook geen mailtjes sturen als ik boos ben...” Waarna ik begon te ratelen. Eerst over het zakelijk conflict, daarna over het gezeik dat ik met Mees heb sinds Tijl er is en vervolgens over mijn tennislessen en de drie aerobicsbanden die ik heb besteld om thuis te kunnen trainen. “Want we gaan dit logge lijf eens stevig aanpakken!” riep ik theatraal en sloeg mezelf even flink op de hammen.


Goed. Even rustig. Maartje kijkt me boos aan. “Je bent met zwangerschapsverlof, Suus, wat moet jij met een nieuwe opdrachtgever? Je zit nog onder de hormonen, geen wonder dat je ruzie maakt. Neem die tijd nou. Zorg eerst dat het thuis op rolletjes loopt. Zorg dat het met Mees goed gaat.”


Ik wil net iets tegenwerpen over een klusje dat ik niet kon weigeren, tot ik haar stil aankijk. Zorgen dat het met Mees goed gaat. De tranen springen meteen in m’n ogen. Het gaat niet goed met Mees. Het gaat helemaal niet goed tussen Mees en mij. Natuurlijk was ik voorbereid op zijn negatieve gedrag zodra de tweede er zou zijn, maar ik merk dat ik er helemaal niet mee om kan gaan.


Ik zei altijd: die tweede wordt heel makkelijk, want die is van het begin af aan gewend de aandacht te delen. Tijl is helemaal niet gewend de aandacht te delen. Tijl krijgt alle aandacht, Mees moet delen. Voor het eerst. “Het lijkt wel of hij niet meer voor je bestaat,” zegt Pieter keer op keer verwijtend. Dat is niet zo. Ik kan het alleen niet meer opbrengen aardig te doen. Het lawaai, het geschreeuw, het niet doen wat ik zeg... Ik denk dat ik wel honderd keer op een dag “Hou op!” zeg. Vaak heb ik het om vier uur ’s middags zo gehad met waarschuwen en boos worden dat ik alleen nog maar apathisch op de bank kan zitten. Dat ik niet eens meer op Mees reageer. Ik kijk alleen nog maar naar de klok en hoop dat Pieter vroeg thuiskomt.


Het is een neerwaartse spiraal en ik weet niet hoe ik die moet doorbreken. Elke ochtend neem ik me voor rustig te blijven, niet boos te worden... Tot hij zijn schaartje in de leren stoel zet. Een ding staat vast: ik ben degene die die spiraal moet doorbreken, van Mees kan ik het niet verwachten. En laat ik inderdaad mijn aandacht eens daarop gaan richten.