Herman
Flair 2004

Ik heb een Herman gekregen. Herman het vriendschapsbrood. Van mijn buurvrouw Gwen. Herman is een soort kettingbrief, maar dan van deeg. In de tien dagen dat je Herman verzorgt, groeit hij aan tot een groot, volwassen deeg. Op het laatst deel je hem in vier gelijke porties. Een houd je zelf en de andere drie geef je aan vrienden.


Het klonk mij ingewikkeld in de oren en niet al te fris bovendien, maar volgens Gwen was er niets aan. Sterker nog: de eerste dagen hoefde ik niks te doen. Al dat Herman nodig had was af en toe een draai met een houten spatel. En zelfs dat hoefde vandaag nog niet: Herman moest wennen aan de nieuwe omgeving, aldus de gebruiksaanwijzing.


Ik kreeg een ranzig goedje in mijn handen gedrukt en ik besnuffelde Herman. Hij rook naar sterke drank. “Besef je wel dat hier moleculen inzitten die tien jaar oud kunnen zijn,” juichte Gwen.


En bedankt.


Ik zette Herman in de kast en liet hem daar staan. Tot ik de volgende nacht wakker schrok en dacht: Herman! Even roeren. De twee dagen daarna roerde ik trouw en de vijfde dag kwam ik erachter dat ik Herman op dag 4 eten had moeten geven. De tekst zei het duidelijk: Herman heeft honger. Snel gaf ik hem wat melk, bloem en suiker. Hij pruttelde tevreden.


Ik ging eens rondvragen waar ik Herman straks zou kunnen slijten. Er was weinig animo voor. Blijkbaar had Herman vaker rond gewoed en daarbij een spoor van vernielingen aangericht. In plaats van vriendschappen te smeden, had hij ze gebroken. Herman was na ontvangst vergeten, weggegooid en zelfs weggespoeld door het toilet. Maar zijn wraak was zoet. Hij zorgde ervoor dat zijn oorspronkelijke baasje zo beledigd was over deze blijk van wantrouwen dat ze de vriendschap verbrak. Nee, je kon er maar beter eerlijk over zijn. Als je Herman niet wilde, moest je hem ook niet aannemen.


Gelukkig wilde Gwen er wel een terug. Zij had Herman inmiddels gebakken en het resultaat was verbluffend geweest. Een buurvrouw iets verderop sprak ik aan toen ze al een paar wijntjes op had. Het leek haar wel gezellig, zo’n Herman in huis. Restte mij nog een, die ik besloot te geven aan mijn vriendin Kim die op dag 1 van de nieuwe cyclus bij mij zou komen eten. Ik zou haar mijn Herman bij de koffie voorschotelen en vervolgens het bakje deeg in handen duwen.


Haar reactie was geheel onverwacht. Kim was tot tranen geroerd. “Een Herman!” riep ze uit. “Eindelijk krijg ik een Herman!” Blijkbaar ging Herman bij haar op de lagere school al rond (maak daar dus maar tientallen jaren van) en had ze er nooit een gekregen. Ook op de middelbare school viste ze achter het net en tot overmaat van ramp kreeg het arme kind een schoonvader die Herman heette en werd ze er elke keer als ze hem zag aan herinnerd.


Ik was gerust: Herman was in goede handen. En mijn Herman? Heerlijk. Maar je moet hem wel snel opeten.