Kift op het schoolplein
Esta, 2006

Het is woensdagmiddag 12.15 uur en op het schoolplein deel ik mijn kaartje uit aan de moeders die ons adres nog niet hebben. Natuurlijk vind ik het niet erg als ze straks al hun kinderen bij mij brengen. Er moet toch geoefend worden voor de miniplaybackshow aanstaande vrijdag? Onze kinderen hebben een voorstelling te doen. Van Pluk van de Petteflet!


En dus sta ik anderhalf uur later met het zweet onder m’n oksels vijf kleuters bijeen te houden die eigenlijk het liedje van de heen-en-weerwolf moeten oefenen, maar veel meer geïnteresseerd zijn in de verkleedkist, de lego en het stapelbed boven. Zoon Mees doet nog zijn best, hij is de oudste van het stel, maar voor zijn vier-jarige medekleuters is deze oefensessie echt teveel gevraagd. Met groeiende wanhoop sla ik het tafereel van spelende en gillende kinderen gade, terwijl de heen-en-weerwolf zijn best doet boven het gejoel uit de komen. Waarom had ik mezelf hier ook alweer voor opgegeven? Oh ja, uit schuldgevoel. Omdat ik nooit iets doe op school en alle andere moeders wel en ik het gevoel heb dat daarover geluld wordt.


 


Luizenmoeder of Bobo-moeder?


Al bijna twee jaar zit Mees op school en nog nooit heb ik een keuze gemaakt uit het ruime aanbod aan ouderfuncties en activiteiten dat te verdelen is: stamgroepouder, voorleesmoeder, luizenmoeder, Bobo-moeder, kookmoeder of bibliotheekmoeder. En wat dacht je van deelname aan de feestgroep, de tuingroep, de oudercommissie of de medezeggenschapsraad? Ik heb zelfs nog nooit de klas schoongemaakt aan het einde van de jaar. Ja, in de zomervakantie heb ik een houten letterspel gereinigd. En daar was ik al heel trots op - al heb ik ‘m pas na de herfstvakantie teruggebracht. Maar de houten banken en stoelen heb ik nog nooit ontdaan van snotjes. De vloer is nog nooit door mij geschrobd, net zo min als de toiletten.


Ik werk, stel ik mezelf gerust. En de dagen dat ik thuis ben, heb ik kleine Tijl om voor te zorgen, ik kan helemaal niet! Dat voorkwam toch niet dat ik de dag voor de kerstvakantie met gebogen hoofd het schoolpand verliet, omdat iedereen op de inschrijflijst van het kerstdiner met zelfgebakken flensjes, hartige taarten en andere zaligheden stond, en mijn naam onderaan prijkte met een zak patat. Vergeet je de mayonnaise niet? had een oplettende moeder – stamgroepouder, natuurlijk – er nog bij geschreven.


 


Hyena’s


Moeders onderling. Het lijkt af en toe wel een groep hyena’s. Op het eerste gezicht zijn we heel aardig voor elkaar. We vragen geïnteresseerd naar hoe het met de kinderen gaat op school, met het werk en of alles thuis nog een beetje loopt, maar onder het oppervlak schuilt de kift. Tegen de moeder die besloten heeft thuis voor de kinderen te zorgen: “Oh, ik zou er niet aan moeten denken de hele dag thuis te zitten!” En tegen de moeder die haar kleuter vier dagen per week naar de naschoolse brengt: “Dat zou voor die van mij écht teveel zijn, hij is altijd zo moe na school!” De werkende moeder heeft zich nog niet naar haar volgende vergadering gehaast of het groepje moeders op het schoolplein sluit zich. “Je merkt het toch altijd hè, aan zo’n kind, als hij zo vaak naar de naschoolse gaat,” merkt de een op. De rest knikt instemmend, het betreffende kind met de geniepige trekjes haarscherp op het netvlies.


Het lijkt wel of we het elkaar niet gunnen, de keuzes die we maken. Werkende moeders hebben het gevoel dat ze zich moeten verantwoorden, maar kijken diep in hun hart een beetje neer op vrouwen die hun opleiding aan de wilgen hangen om te moederen. De thuisblijfmoeder kan het niet uitstaan dat het iemand anders wel lukt, de combinatie kinderen en werk. Of ze is zo overtuigd van haar eigen gelijk dat ze een soort zendingsdrang krijgt, zoals een van de moeders bij mij op school. “Ik heb gewoon heel bewust gekozen zoveel mogelijk van de opvoeding zelf te doen,” zegt ze. “Ik vind niet dat de opvoeding ook een taak is van de school of de naschoolse, zoals veel mensen denken, het is mìjn taak. Ouders die die taak van zich afschuiven, zijn bang voor de verantwoordelijkheid. Of ze hebben er niet goed over nagedacht en krijgen daar over een paar jaar misschien spijt van. Daar wil ik ze voor behoeden.”


Maar het gaat niet alleen over de vraag werken of niet en daarmee naschoolse of niet, we vallen elkaar ook graag aan over de opvoeding. Spreken schande van ouders die hun kind hele middagen voor de tv planten, terwijl we zelf ook niet neerkijken op een uurtje meer. Een ophalende moeder die haar kind bij jou aantreft voor de tv, met een zuurstokroze ADHD-knots in z’n hand, dát is toch wel het schrikbeeld. “Oh, ze hebben zó leuk buitengespeeld!” haast je je dan maar te zeggen. “Ik heb ze éven voor de tv gezet, ze waren zó moe.” Die andere moeder moest eens denken dat je je er makkelijk van afmaakt. Terwijl iedere moeder het gehad heeft na een middag van gekmakende herrie, troep en vreemde konten afvegen en om 17.00 uur (want dan mag het wel) dankbaar de tv aanzet. Snoepen of niet is ook al zo’n heikel punt en dan is er nog de hoeveelheid aandacht die je over je kind uitstort. Die moet niet te weinig zijn, maar zeker ook niet teveel, want daarmee verstik je het kind.


 


Keuzes


Het heeft altijd met keuzes te maken, zegt psychologe Beatrijs Ritsema, en iedereen vindt zijn eigen keuze per definitie de beste. “En natuurlijk zit daar een waardeoordeel in. De mate waarin jijzelf achter je keuze staat zal bepalen in hoeverre je de behoefte voelt je gelijk te halen. Omdat er meerdere mogelijkheden zijn, zit er altijd een bepaalde mate van onzekerheid achter. Doe ik het wel goed? En dat is ook niet zo gek, want je wordt er als moeder ook op afgerekend als je kind het nìet goed doet.”


Mensen zijn geneigd zich te omringen met gelijkgestemden, zegt Ritsema, en dat verklaart dan ook het geklit op het schoolplein. Ritsema, moeder van drie kinderen in de leeftijd van 18, 17 en 12, heeft jaren gebivakkeerd op het schoolplein. “Bij ons had je de moeders die werken en de moeders die niet werken, alhoewel er natuurlijk meerdere criteria zijn waarop je elkaar uitzoekt: of je kinderen samenspelen, bijvoorbeeld, of sociale klasse. Sommige moeders bemoeien zich met alles en dat zie je meer bij moeders die verder niks omhanden hebben. Die blijven lang dralen in de klas, zitten bovenop leerkrachten die niet goed presteren of hun kind verkeerd hebben behandeld. Moeders die werken hebben wel wat anders aan hun hoofd. Er zijn moeders die altijd op het schoolplein staan, anderen niet of zelden, of laten zich vervangen door de oppas. Moeders praten alleen met moeders, nooit met de oppas, zoals je ook geen praatje aanknoopt met de werkster van iemand anders.”


 


Nooit op school


Dorothé (40) is zo’n moeder (twee kinderen van 7 en 5 jaar) die zich bijna altijd door de oppas laat vervangen op het schoolplein. Zij werkt vier dagen en heeft een oppas aan huis die ook naar school brengt en haalt. “Ik ben er één keer in de week, op vrijdagochtend, en die dag valt dan ook nog eens in de zoveel weken uit, omdat ze dan vrij zijn.” Kortom: ze is er bijna nooit, en dat vormt best een probleem. “Niet dat ik niet achter deze oplossing sta hoor, want voor ons werkt hij prima, maar ik zou graag wat meer betrokken zijn bij school. Een keer mee naar een uitstapje of iets dergelijks. Dat kan ook best, ik moet het alleen inplannen. Maar elke keer áls ik me dan op een lijst wil zetten, staat hij al helemaal vol met de moeders die toch al zo goed als op school wonen! Geef mij nou ook een kans, denk ik dan. Gevolgd door: Laat die kinderen toch eens los.”


Oh vreselijk, die moeders die alle taken op school verrichten, reageert psychiater en publicist Bram Bakker. Hij denkt dat betrokkenheid bij hun kind vaak een ondergeschikte rol speelt bij deze aanpakkerige types. “Het is meer van: kijk mij eens goed doen en belangrijk zijn en daardoor een verlengstuk van een gebrekkig ego. Testosterongedrag van vrouwen. Moeders compenseren via de kinderen, vaders via een nieuwe mobiele telefoon. Dat zijn verschillen in uiting van dezelfde onzekerheid: bang zijn niet te voldoen aan de criteria die gesteld worden, waarvan je in ieder geval wordt wijsgemaakt dat je daaraan moet voldoen. Daarnaast kunnen ze het zich ook veroorloven zoveel tijd op school door te brengen. Want laten we wel wezen: de participatie van vrouwen aan het arbeidsproces is in Nederland vooral zo slecht omdat het economisch zo goed gaat. Als je arm bent, heb je geen keus, dan moet je wel werken. Andere moeders veroordelen omdat zij niet zoveel doen op school is misplaatste arrogantie. Als je gelooft in het goede in de mens, dan neem je aan dat men doet wat men kan en met de beste bedoelingen. Helaas is de praktijk anders.”


Dat elkaar onderuit halen is niet iets typisch vrouwelijks, mannen doen het ook, zegt Bakker. “Je hebt er alleen zo weinig aan, omdat het uit iets voortkomt wat je er niet mee oplost. Je kunt als Feyenoord-supporter lachen als Ajax verliest, maar daarmee heb je zelf de wedstrijd nog niet gewonnen.” Gelukkig zijn met je eigen keuze, dat is het enige dat helpt. “Als je het niet nodig hebt om te bewijzen dat je goed zit, ben je er minder vatbaar voor als anderen jou veroordelen en zul je dat zelf ook niet doen. Dat gaat hand in hand.”


 


Overbezorgd


Irene (36), moeder van een dochter van 4 en een zoon van 7, deelt de moeders op het schoolplein in in drie kampen. De moeders die er altijd bij zijn omdat ze niet beters te doen hebben of overbezorgd zijn om hun kroost, die moeders die met hun hoofd al op hun werk zitten, hun kind snel afleveren en daarbij dertig ouders groeten om het gevoel te krijgen dat ze er toch nog een beetje bijhoren, en de moeders die wat relaxter zijn en uiteindelijk een fijne combinatie tussen werk, sociaal bestaan en kids hebben gevonden. Tot die laatste groep behoort zij zelf. Irene is relaxed, laid back, en ergert zich dood aan die ‘mutsen die er altijd bovenop zitten’. En laat een van die mutsen nou net de moeder van het beste vriendje van haar zoon zijn.


“Als mijn zoontje bij haar speelt, krijg ik bij het ophalen altijd een zeer gedetailleerd verslag van de middag. ‘Nou, Tim heeft na school twee boterhammen gegeten, daarna een appelsap en een vetvrij stukje peperkoek. Toen gingen ze samen spelen met de lego, daarna met…’ Ze was zo gestrest dat de vlekken in haar nek stonden en ik ergerde me kapot aan het feit dat ze er zo bovenop zat. Toen haar zoontje door mijn zoontje werd uitgenodigd voor zijn feestje in het Amsterdamse Bos, wilde ze erbij blijven, wat ze ook ongevraagd deed. Ze vond het eng als al die kids ‘in drie stationwagons werden gepropt’. Let wel: negen kinderen, drie per auto, maar nee, zij ging ook mee. Ik heb haar twee uur op een bankje in het bos gezet. Rot op, wacht maar tot we klaar zijn.”


Tijdens een uitstapje van school ging het mis. Beide moeders gingen mee als begeleiding naar een museumbezoek en op een gegeven moment liep er een kind los op straat. “Die valt onder de hoede van Tim’s moeder, hadden andere kinderen gezegd, dus kwam ze briesend op me af en riep ten overstaan van alle kinderen en andere moeders dat ik altijd veel te onverantwoordelijk met kinderen omging. Het mens zat weer vol met vlekken. Nou bleek dat dat loslopende kind inderdaad bij Tim’s moeder hoorde, alleen zat er nog een Tim in de klas. Toen ze daar de volgende ochtend achter kwam, wilde ze haar excuses maken, maar ik heb gezegd: ‘Stop dat beschuldigende vingertje van je maar in je reet.’ Vanaf dat moment werd er niet meer gegroet.”


 


Jungle én een bron van steun


Zelf vond Ineke Huibregtsen, hoofdredacteur van het vakblad Ouderschap & Ouderbegeleiding en auteur van het stuk Hangouders in datzelfde blad, het schoolplein altijd én een jungle én een belangrijke bron van steun. Nu komt ze er niet meer, omdat ze fulltime werkt – haar man is huisman – en omdat de jongste inmiddels 9 is en zelf naar school gaat. “Als je voor het eerst op het schoolplein komt, is dat een nieuwe groep. Iedereen gaat zich tot elkaar verhouden en dan zijn er altijd mensen die het nodig hebben dat met venijn te doen. Veel kift komt natuurlijk voort uit onzekerheid. Vrouwen staan ook altijd onder kritiek: je moet én werken én een goede moeder én een goede minnares zijn. Dan is iedere vrouw die daar goed in lijkt te slagen een bedreiging. Je eigen positie verstevigen door die van anderen te ondergraven is een bekende techniek onder mens en dier. Ouderschap maakt kwetsbaar. Dat is onder alle omstandigheden zo, maar op het schoolplein wordt die kwetsbaarheid nog eens uitvergroot als ouders elkaar niet steunen, maar bekijken, bekritiseren en zelfs afvallen.”


Toen haar oudste voor het eerst naar school ging, ergerde ze zich mateloos aan die moeders die op het schoolplein bleven hangen, zelfs als de school allang begonnen of uit was. “Dat geklets over hun kinderen, het tegen elkaar opbieden over de wintersportvakantie en de nieuwe keuken, het geroddel over de leerkrachten en over die ene schichtige moeder wiens kinderen er altijd zo slordig uitzien. Verveeld geklets van moeders die niets beters te doen hebben, dacht ik vaak. Tot ik erachter kwam dat je er ook steun uit kunt halen en er je voordeel mee kunt doen.”


Je kunt niet alleen ouder zijn, vindt Huibregtsen. Je hebt dat kerngezin, maar dat gezin kan niet functioneren zonder steun. “Tegenwoordig heb je niet meer oma om de hoek wonen waar je met je vragen terecht kunt, dus kun je je maar beter wenden tot je collega-moeders op het schoolplein. Het schoolplein is immers een soort markt voor alle materiële en immateriële waar die onontbeerlijk is voor het ouderschap:


‘Weet jij iemand die zaterdagavond kan oppassen?’ ‘Ja, mijn buurmeisje doet dat goed.’


‘Ik heb nog een fietsstoeltje op zolder staan.’


‘Als hij zo verkouden is, kun je bij de apotheek zout water halen om in zijn neus te druppelen.’


‘Wat zie jij moe?’ ‘Ik slaap zo slecht omdat de jongste ’s nachts benauwd is.’ ‘Als ik jouw kinderen nou meeneem na school, dan kun jij proberen bij te slapen.’”


Goed beschouwd is het schoolplein wat vroeger de dorpspomp, de wasplaats of de kruidenier was: een plek waar moeders elkaar treffen en nuttige informatie uitwisselen, zegt Huibregtsen. “En in die zin is het een buffer voor het ouderschap, onderdeel van ‘het dorp’ dat ouders kan steunen. In plaats van je te ergeren, kun je als moeder beter investeren in het geklets op het schoolplein. Het hoort er een beetje bij.”