Uit logeren
Flair week 14 2005

“Waarom blijf je niet ook een nachtje slapen?” vroeg Pieter toen ik op het punt stond Mees naar opa en oma in Friesland te brengen. Mees zou een paar dagen gaan logeren, lekker in de bossen. Hmm, ik keek Pieter aan, dat was nog niet eens zo’n slecht idee. Heen en terug was een end rijden en zou het niet leuk zijn weer eens een avond samen met pa en ma door te brengen?


Vlug pakte ik wat slaapspullen in en we vertrokken. Mees helemaal blij en opgelucht, omdat ik ook bleef slapen en dat vond ik eerlijk gezegd zelf ook wel een geruststellend idee. Ik kan overdag wel twintig keer denken: was je maar een paar dagen weg, maar als het dan eenmaal zover is, piep ik wel anders.


In de auto zette ik een sprookje voor hem op en gemoedelijk kneep ik in zijn knietje. Tegen de tijd dat we aankwamen was het al bedtijd, dus na een kwartiertje acclimatiseren en stoeien met opa, ging Mees naar bed. Pa schonk drie glazen rode wijn in, ma deed een stokbroodje in de oven, gezellig. En al snel voelde het alsof er geen vijftien jaar verstreken was en zat ik weer gewoon thuis bij pa en ma op de bank. Met een half oog volgden we een film. Pa zat op de grond, voor zijn stoel, naast de tafel met hapjes, zijn typerende relaxhouding. We gaven commentaar, op de film, het verleden en het nu.


Om een uur of twaalf ging ik naar bed en terwijl ik mijn tanden poetste en m’n pyjama aandeed, ruimden pa en ma de troep op. Ik gaf ze een kus, zei welterusten en sloop de logeerkamer in. Toen ik de kamer inkwam en daar mijn zoon zag liggen slapen, voelde het heel onwerkelijk. Ik had me de hele avond zo kind gevoeld, hoe kon het dat daar míjn kind lag? Mijn hart maakte een onzeker sprongetje. En ik voelde me weer die tienjarige die het dak van de school op was geklommen en geen idee had hoe ze naar beneden moest: een mengeling van triomf en angst.


Toen Mees die nacht onbedaarlijke hoestbuien kreeg, wist ik helemaal niet hoe ik daarmee om moest gaan. Het liefst was ik gaan huilen en roepen: “Mama, Mees maakt herrie, ik kan niet slapen!”, maar ik hield me – uiteraard - in. Wel raakte ik zeer geïrriteerd, waarom deden ze er nou niets aan? “Stil!” riep ik tegen Mees. “Anders ga ik ergens anders liggen, ik kan niet slapen!”


Nu begon Mees te huilen. “Nee mama, niet weggaan, dan ben ik bang.”


Oh ja. Mees. Mijn kind. Troosten. “Kom maar bij mij,” zei ik grootmoedig en dankbaar kroop hij tegen me aan in bed. Hij kuchte nog een paar keer en viel toen in een diepe slaap.