Vrouwen in de sportjournalistiek
De Journalist, 2 juni 2006

Vrouwen zijn nog altijd geen gemeengoed in de sportjournalistiek. Zeker de voetballerij is een mannenbolwerk vol ego’s, macho’s en mannelijke iconen. Zie daar maar eens tegenop te boksen. Dione de Graaff, Carrie ten Napel en Natascha Kayser over de toegevoegde waarde van vrouwen in de sportjournalistiek.


 


Zo lang als ze zich kan herinneren is Studio Sport-presentatrice Dione de Graaff (37) bezeten van sport. Ze moet ermee geboren zijn. Hoe kan het anders dat ze op vijfjarige leeftijd al fan was van FC Liverpool? Op de lagere school was ze het enige meisje dat altijd voetbal keek en alle uitslagen bijhield. En niet alleen van voetbal. Ook schaatsen en wielrennen konden op haar enthousiasme rekenen. Was er de Tour, dan wilde ze niet eens op vakantie. Tenzij ze ergens naartoe gingen waar ze kon gaan kijken, of waar op z’n minst een tv hing.


Dat ze op de School voor Journalistiek voor tv koos, was niet zo gek met zo’n vader als Vara-coryfee Jan de Graaff. Ze liep stage bij Studio Sport en na haar studie ging ze bij de lokale omroep Amersfoort werken waar ze alles heeft gedaan en geleerd: onderwerpen maken, items draaien, presenteren, radio, inspreken. Na twee jaar was er ruimte bij Studio Sport en werd ze verslaggeefster. En stond ze tussen haar helden op het voetbalveld. “Natuurlijk keken die wel raar op toen daar opeens een meisje stond. Er werkten destijds, en ik praat nu over tien jaar geleden, nauwelijks vrouwen in de sportjournalistiek en al helemaal niet bij voetbal. Je zag ze denken: begrijpt zij het wel? Er werden ook grapjes gemaakt: kwamen ze van ver af op me aflopen alsof ze me een hand wilden geven en dan liepen ze op het laatste moment door. Ik vond dat wel geestig. Maar ik heb altijd iedereen voor de camera gekregen. Wat dat betreft was het een voordeel dat ik als een van de weinige vrouwen langs de lijn stond: ze wisten meteen wie ik was. Een mannelijke journalist moet zich eerst honderd keer voorstellen.”


De voetballerij is een mannenwereld, zegt De Graaff. “Ze zijn gewend dat iedereen verstand van voetbal heeft en een vrouw wordt dan ook even getest. Bij andere sporten, zoals wielrennen en schaatsen, zijn de sporters coulanter, omdat zij ook wel begrijpen dat je niet alles kunt weten. Daarbij krijg ik ook wel eens het gevoel dat ze het bij andere sporten alleen maar leuk vinden als je aandacht aan hen en hun sport besteedt. Die voetballers staan altijd en overal in de spotlights, ook als ze de voordeur uitstappen, en dat kan wel eens vervelend worden.”


De Graaff moest het voetbal al snel overlaten aan collega’s als Tom Egbers, Jack van Gelder en Toine van Peperstraten. Zij doet de laatste jaren vooral schaatsen, wielrennen en de andere sporten. “Het is niet zo dat ik bewust buiten het voetbal word gehouden, althans, dat idee heb ik niet, maar zij willen liever dan ik. Ik vind voetbal heel leuk, maar andere sporten ook. Misschien dat ik daar wat meer eager in zou moeten zijn, maar ik begrijp het wel. Het komende WK speel ik trouwens wel weer een rol: ik ga de buitenlandse wedstrijden bespreken.”


 


Mannenbolwerk


Marina Witte, directeur van de Stichting Nederlandse Sport Pers, draait al heel wat jaartjes mee in de sportjournalistiek. En in al die jaren is er maar bar weinig veranderd: er werken nog maar weinig vrouwen in de sportjournalistiek. Een beroep dat sowieso pas sinds een jaar of 10 de belangstelling van vrouwen geniet. Anno 2006 zijn er 40 vrouwen aangesloten bij de NSP (niet helemaal maatgevend), tegen zo’n 1000 mannen. “Inmiddels is het klimaat wel beter geworden. Hebben bijna alle landelijke kranten vrouwen op sportredacties werken en is de sportwereld gewend met vrouwelijke verslaggevers te maken te hebben. Het is nog steeds niet altijd even gemakkelijk, maar als je een doorzetter bent, je niet gauw weg laat zetten en kennis van zaken hebt, zou ik niet weten waarom het voor vrouwen anders is dan voor mannen.” Behalve bij voetbal, dat is echt nog een wereld apart, zegt ze. “Bij voetbalblad Elf werken twee vrouwen, Nathalie Nuiten en Anouk Klarenbeek, Fardau Wagenaar werkt bij Dagblad Tubantia, Jojanneke van de Berg doet dit WK verslag voor HP/De Tijd en bij de tv heb je Barbara Barend en Carrie ten Napel, maar verder zijn er maar weinig vrouwen die het volhouden in de voetballerij. Mannen in de voetbaljournalistiek zijn een ander slag mannen, die denken dat ze het hebben uitgevonden. Ze gedragen zich vaak hufterig, vormen kliekjes. Maken denigrerende opmerkingen en seksistische grapjes. Dat moet dan leuk zijn.”  


Witte begrijpt dan ook best dat vrouwen beter aarden in de wielrensport, of bij het schaatsen en tennis. “En een vrouw die zich als man gaat gedragen om erbij te horen is wel het laatste wat helpt. Erkenning geniet je op basis van vakmanschap en  kennis. En natuurlijk heeft dat ook met ervaring te maken. Met het aantal kansen dat je krijgt om je binnen de sportredactie waar te kunnen maken.” 


In Duitsland is het veel normaler dat vrouwen in de voetbaljournalistiek zitten, zegt Langs de Lijn-commentator en oud-profvoetballer Youri Mulder. “Ook in de Zuid-Europese landen spelen vrouwen een grotere rol in en rond de voetballerij. In Nederland zijn we daarin nog wat conservatief.” Mulder heeft totaal geen bezwaar tegen vrouwelijke voetbaljournalisten, integendeel. Toen hij zelf nog speelde stapte hij maar wat graag af op een schoonheid langs de lijn. En dat ze niks van voetbal zouden weten? “Barbara Barend is zo goed dat als ik met haar over voetbal praat, zij denkt: ja ja, vertel me eens iets nieuws. En vergeet Carrie ten Napel niet, dochter van voetbalcommentator Evert ten Napel. Ja, allebei dochters van. Ik weet niet of ze het op eigen kracht ook hadden gered in dit wereldje, waren ze misschien toch niet serieus genomen. Zei de zoon van…”


 


Werken bij de vijand


Carrie ten Napel (26) had er meer moeite mee dan haar vader, toen ze voor Talpa De Wedstrijden ging verslaan. Dertig jaar heeft haar vader voor de NOS het voetbal becommentarieerd, toen Studio Sport vorig jaar de voetbalrechten verloor aan John de Mol. En nu ging uitgerekend zij bij de vijand werken. Maar haar vader reageerde heel nuchter. “Luister Carrie,” zei hij. “Ik ga straks met pensioen, jij begint nu met je carrière. Ga ervoor.” Als zevenjarig meisje zat Carrie al op de schouders van haar vader naar het voetbal te kijken. Ze ging mee naar alle wedstrijden. Toch stond haar vader in eerste instantie niet te juichen toen ze in zijn voetsporen wilde treden. “Hij vond het wereldje niks voor me, zei dat ik er een te zacht karakter voor had.” Maar het bloed kruipt waar het niet kruipen kan en na haar opleiding toerisme, ging Ten Napel als manusje van alles aan de slag bij de sportafdeling van TV Oost. Vier jaar later had ze haar eigen sportprogramma.


Nu ze voor Talpa de Wedstrijden doet, voelt ze zich als vrouw toch wat kwetsbaarder. “Door het vooroordeel dat vrouwen niets van voetbal weten, ben ik extra bang een domme vraag te stellen. Daarom hou ik me tactisch altijd wat op de vlakte, want dan leg ik het toch altijd af tegen de mannen.” De spelers zijn allemaal aardig voor haar, de trainers lijken soms wat meer moeite te hebben met een vrouw langs de lijn. Ze begrijpt het ook wel. 30 jaar hebben die trainers met de NOS te maken gehad en nu krijgen ze met Talpa opeens een hele nieuwe lichting sportjournalisten. En dan komt er ook nog zo’n 26-jarig blond meisje aanlopen. Dat is natuurlijk een hele omslag.”


Een aanwinst vindt ze zichzelf wel voor de voetbaljournalistiek, er zouden veel meer vrouwen moeten komen. “Vrouwen zijn wat meer geïnteresseerd in de ander, mannen horen vooral zichzelf erg graag praten. Als ik sommige voetbaljournalisten hoor, dan komt er een vraag van wel anderhalve minuut vol van ‘ik vind dit’ en ‘ik vind dat’ en het enige dat zo’n voetballer dan nog kan antwoorden is ja of nee. Ik wil graag de mens achter de voetballer laten zien, daarom stel ik altijd open vragen. Mede door de commercie is voetbal een product geworden, terwijl er juist zoveel emotie en beleving in die sport zit. Ik vind het een uitdaging voetbal weer dichterbij het volk te brengen. Daarbij ben ik me er wel van bewust dat ik vrouw ben en dat ik mezelf op een bepaalde manier moet neerzetten. In een elegant pakje kan ik het wel vergeten.”


 


Bezeten van sport


In de voetbaljournalistiek zijn nog wat slagen te winnen, maar in de sportjournalistiek in het algemeen is het inmiddels goed toeven als vrouw, zeggen zowel Dione de Graaff als Carrie ten Napel. Bezeten moet je wel zijn van sport, anders hou je je niet staande in dat mannenbolwerk. Niet per se. Natascha Kayser (36) hield wel van sport, maar was zeker geen fanaat toen ze tien jaar geleden op de sportredactie van het Algemeen Dagblad kwam werken. Bij binnenland miste ze de emotie achter de verhalen. En sport = emotie. Dus toen er een vacature kwam bij AD Sport (nu AD Sportwereld), aarzelde ze geen moment. Tafeltennis en motorsport zaten in haar portefeuille en juist dat waren sporten waar ze weinig van wist. “Op mijn eerste dag moest ik motorcoureur Jurgen van den Goorbergh interviewen. Ik heb hem gebeld voor een afspraak en eerlijk verteld hoe het zat en gevraagd of hij me alle ins and outs wilde vertellen. Nou, dat vond hij geen probleem.”


Kayser ziet vooral voordelen van werken als vrouw op een sportredactie. “Er werken niet zoveel vrouwen in de sportjournalistiek, daardoor onthouden ze je beter en dat maakt het weer makkelijker ergens binnen te komen. Daarnaast snij je als vrouw toch andere onderwerpen aan. Misschien dat je je als vrouw bij sommige mannen iets harder moet bewijzen. Maar hebben ze eenmaal door dat je wat kan en weet, dan heb je meteen dubbel zoveel respect.”


Een meisje-meisje moet je niet zijn, voor dit werk, meent Kayser. “Je ziet weinig bloemetjesjurken op de sportredactie.” En een beetje ballen moet je ook wel hebben, anders lopen ze zo over je heen. Lef is ook handig. Want avontuurlijk is het op z’n minst als je midden in de woestijn achter een struikje je behoeften doet en er staan opeens drie gewapende militairen achter je. Vier keer heeft ze hem nu verslagen, de Dakar Rally en sinds dat incident laat ze het even aan een collega weten als ze ‘een eindje de woestijn in gaat’. Haar collega’s zijn sowieso heel aardig en behulpzaam, al zet ze wel haar eigen tentje op en is dat verboden terrein voor de mannen. “Je kunt in dit vak twee kanten op: je kunt als een groupie door het leven gaan en dan heb je misschien wat korte-termijnsucces, of je doet professioneel je werk en geniet op de lange termijn het respect van je collega’s en de mensen waarmee je werkt. Ik heb heel duidelijk voor dat laatste gekozen.” Tuurlijk werden er in het begin wel eens grapjes gemaakt in de trant van ‘Kom jij koken?’, maar als Kayser daarop opmerkte ‘En kom jij dan even mijn rug masseren?’ was het snel over. One of the guys, zo voelt ze zich inmiddels en komt er eens een nieuwe vrouw de gelederen versterken dan heeft Kayser daar wel een paar praktische tips voor: “Zorg dat je de pil doorslikt, want je wilt niet ongesteld worden in de woestijn. En plastuitjes werken niet.”


Plastuitjes zullen de dames in de voetbaljournalistiek niet meer nodig hebben, ja, er zijn gewoon damestoiletten in de stadions en zeker op de redactie, maar een flink stel ballen zul je snel moeten kweken, als je ze nog niet hebt.